Ik wil rust!

FiliaeBlogIk wil rust!
Filiae Mieke zus

Na een poosje pushen, manipuleren, en mopperen op zijn asociale en niet echt dankbare gedrag, gaf ik hem eigenlijk geen ongelijk.             ~ Mieke

Vorige week zondag was mijn zoon jarig. Alleen de opa’s en oma’s konden langskomen dus ik bereidde zoonlief vast voor op een andere verjaardag dan anders.
Maar door een paar attente moeders van school werd er een oproepje gedaan om jarige kinderen een kaart te sturen. Met opa en oma nog aan de taart kwamen de eerste klasgenootjes al aanfietsen. Speciaal voor mijn zoon de deur uit gegaan om hem een jarig gevoel te geven. Sommige kinderen kwamen alleen, anderen kwamen met hun ouders. We maakten een gezellig praatje door mijn nog niet dichtgegroeide heg. Mijn zoon genoot van al die aandacht en ik genoot volop met hem mee.

Dat het een beetje overweldigend was, bleek toen hij op een gegeven moment niet meer wilde komen als ik hem riep dat er weer iemand aan kwam. ‘Mama, ik wil nu gewoon even rust!’. Na een poosje pushen en manipuleren (waar ik heel bedreven in ben), en mopperen op zijn asociale en niet echt dankbare gedrag (en dat hij het door dit hele corona-gedoe allemaal verleerd zou zijn) moest ik concluderen dat ik hem eigenlijk geen ongelijk gaf. Ik had dit toch zelf ook niet verwacht, ook ik moest wennen aan opeens weer zoveel sociaal contact op een dag.

Die gedachten gingen zo een paar dagen met me mee. We wachtten dinsdag toch met enige spanning af of de maatregelen wat versoepeld zouden gaan worden. Met de hoop en verwachting dat er meer ruimte zou komen. Het gekke is dat we ergens allemaal hopen dat we weer meer mogen.

Natuurlijk: voor veel ondernemers, de zorginstellingen, de horeca hoop ik echt van harte dat alles snel weer normaal wordt. Dat cliënten weer naar dagbesteding kunnen, de bewoners weer bezoek mogen ontvangen. Mensen weer naar de kapper kunnen, wenkbrauwen kunnen laten bijwerken of wat niet allemaal, want ook dat probleem moeten we natuurlijk niet onderschatten. En zelf kijk ik er ook naar uit dat we weer meer mogen, weer stapje voor stapje terug naar (het nieuwe) normaal, het sociale leven weer opstarten, weer naar mijn werk kunnen, collega’s en cliënten ontmoeten. Weer meer vrijheid krijgen.

Maar ergens is er ook een ander gevoel, iets van weerstand. Want juist in die vrijheid kan ik mij ook ergens onzeker voelen. Hoe moet ik dat dan straks gaan doen als alles weer mag? Wie bepaalt dan voor mij waar mijn grenzen liggen?

Ik zie er eerlijk gezegd best wel weer tegenop dat ‘s ochtends de broodtrommels klaar moeten staan, de tassen ingepakt moeten worden, ik de deur uit race naar mijn werk, dat we weer op tijd moeten eten, daarna door naar sport of activiteiten bij de kerk. Dat er geen reden is om elke avond gewoon thuis te zijn, tussen het schoolwerk even met de kids een kopje thee in de tuin te drinken, een potje beachball te spelen. Gewoon thuis niks te doen en te genieten van de rust, de puzzels de hele week in de woonkamer op de grond laten liggen, want er komt toch niemand op bezoek. Dat soort dingen. En straks, straks moet ik weer. Straks moet alles weer aan kant, moeten we weer klaar staan, strak in het ritme. Straks, als we weer vrij zijn. Of toch niet?

Misschien kan ik nog wat leren van mijn zoon en kan ik op een dag, net als hij, zonder enige schroom kan roepen dat ik gewoon even rust wil.

Luistertip:

You might also like

Comments are closed.